Waterkwaliteit en lozingen
De Wezer-toets: wat het is en wat het voor je lozing betekent
Loost je bedrijf afvalwater, dan volstaat het niet meer om onder je lozingsnormen te blijven. Bij een vergunningsaanvraag moet je aantonen dat je lozing de waterkwaliteit niet doet achteruitgaan en de Europese waterdoelen niet in de weg staat. Dat heet de Wezer-toets. EcoVise legt uit wanneer je ermee te maken krijgt, hoe de beoordeling werkt en wat sinds juni 2025 strenger is.
Wat is de Wezer-toets?
De naam komt van het Wezer-arrest van het Europese Hof van Justitie uit 2015. Het Hof oordeelde toen dat de Kaderrichtlijn Water (KRW) meer is dan een beleidsdoel: een overheid moet een project weigeren als het de toestand van een waterlichaam doet achteruitgaan of het bereiken van de goede toestand in gevaar brengt, tenzij een uitzondering van toepassing is.
In Vlaanderen vertaalt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) dat arrest naar een concrete methode: het stappenplan voor de impactbeoordeling van bedrijfsafvalwater. Wie het over "de Wezer-toets" heeft, bedoelt in de praktijk meestal die impactbeoordeling. Het resultaat voeg je als bijlage toe aan je aanvraag voor een omgevingsvergunning in het Omgevingsloket, en de VMM gebruikt het voor haar advies.
Wanneer moet je een impactbeoordeling maken?
De impactbeoordeling geldt voor significante lozingen van bedrijfsafvalwater. Volgens het stappenplan van de VMM is dat het geval als je bedrijf:
- rechtstreeks loost op oppervlaktewater met een vergund debiet van minstens 20 m³ per dag én een meetgoot, of
- loost via een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) met een vergund debiet van minstens 200 m³ per dag, of meer dan 5% van het ontwerpdebiet van die RWZI.
Klasse 3-inrichtingen vallen erbuiten. Voor klasse 1- en 2-bedrijven hangt het af van wat je aanvraagt: een nieuwe lozing, een stijging van de vracht, een bestaande lozing die opnieuw beoordeeld wordt, of een project rond waterbesparing of -hergebruik. Ook dat laatste telt: minder water lozen met dezelfde vracht betekent hogere concentraties.
Hoe beoordeelt de VMM achteruitgang?
De toets kijkt naar twee gelijkwaardige doelen uit de Kaderrichtlijn Water: het verbod op achteruitgang en de verbeterdoelstelling. De VMM hanteert daarbij een strikte lezing.
- Geen ondergrens. De Kaderrichtlijn Water kent geen ondergrenzen. Is je lozing significant (zie hoger), dan wordt elke parameter die je in een hogere concentratie loost dan de milieukwaliteitsnorm volledig doorgerekend; de vroegere 10%-ondergrens en de marge voor meetonzekerheid zijn geschrapt. Een stijging binnen dezelfde kwaliteitsklasse geldt wel als ‘geringe impact’ en niet als achteruitgang, tenzij de parameter al in de slechtste klasse zit.
- Per kwaliteitselement. Er is al sprake van achteruitgang als één parameter een klasse zakt, ook als het waterlichaam als geheel in dezelfde klasse blijft.
- Slechtste klasse = elke stijging telt. Zit een parameter al in de laagste klasse, dan is elke extra concentratie achteruitgang.
- Eerst worst case, dan realistisch. De berekening start van het ongunstigste scenario. Pas als dat niet aanvaardbaar is, volgt een analyse op basis van je gemeten concentraties en debieten.
- Ook de omgeving telt. Loos je in een drinkwaterwingebied, een speciale beschermingszone of een speerpuntgebied, dan komen daar extra toetsen bij.
Wat als de toets negatief uitvalt?
Stelt de beoordeling achteruitgang vast, dan moet de vergunning in principe geweigerd worden. Brengt je lozing vooral de waterdoelen in gevaar, dan onderzoekt de VMM of verdergaande maatregelen dan de beste beschikbare technieken (BBT) haalbaar zijn: aan de bron, in je proces of via extra zuivering. Een rekentool van VITO weegt daarbij het reductiedoel, de kosteneffectiviteit en de economische haalbaarheid voor je bedrijf af. Het resultaat kan een strengere lozingsnorm zijn dan de BBT, gekoppeld aan periodieke evaluatie.
Strenger sinds 1 juni 2025
De VMM heeft het stappenplan grondig bijgestuurd. Sinds 1 juni 2025 moet elke nieuwe vergunningsaanvraag en MER-procedure met de vernieuwde methode werken.
Het grote verschil: vroeger lag de focus op de lozingen met de grootste impact. Nu wordt elke significante lozing beoordeeld, en wordt de toestand vóór en na je project in de tijd vergeleken. Ook bestaande lozingen komen zo scherper in beeld: ze veroorzaken misschien geen nieuwe achteruitgang, maar kunnen wel verhinderen dat een waterlichaam de goede toestand haalt.
In de praktijk betekent dat: strengere voorwaarden in vergunningen, lagere toegelaten concentraties en vaker de vraag om verder te zuiveren of je proces aan te passen. Wie een project plant, doet er goed aan de impact vroeg in te schatten en het stappenplan al in het vooroverleg met de VMM en de vergunningverlener op tafel te leggen.
Veelgestelde vragen
Wat is de Wezer-toets?
De Wezer-toets is de beoordeling of een project de toestand van een waterlichaam doet achteruitgaan of het bereiken van de goede toestand in gevaar brengt. Ze vloeit voort uit het Wezer-arrest van het Europese Hof van Justitie (2015) over de Kaderrichtlijn Water. Voor lozingen van bedrijfsafvalwater gebeurt ze in Vlaanderen via het stappenplan impactbeoordeling van de VMM.
Waar komt de naam Wezer vandaan?
Van de Duitse rivier de Weser. Het arrest ging over uitdiepingswerken in die rivier. Het Hof gebruikte die zaak om te verduidelijken hoe streng het verbod op achteruitgang uit de Kaderrichtlijn Water moet worden toegepast.
Moet ik voor elke lozing een impactbeoordeling maken?
Nee. Ze geldt voor significante lozingen: rechtstreeks op oppervlaktewater vanaf 20 m³ per dag met een meetgoot, of via een RWZI vanaf 200 m³ per dag of meer dan 5% van het ontwerpdebiet. Klasse 3-inrichtingen vallen erbuiten.
Ik blijf onder mijn lozingsnormen. Waarom zou ik niet slagen?
Omdat de toets niet naar je norm kijkt, maar naar het effect op het water waarin je loost. Zit een parameter in dat water al in een slechte klasse, dan kan zelfs een lozing die aan de norm voldoet een probleem zijn.
Geldt de toets ook voor bestaande lozingen?
Ja. Bij een hernieuwing, een wijziging of een evaluatie van je vergunning kan de beoordeling opnieuw gebeuren. Een bestaande lozing wordt vergeleken met de vorige situatie, maar ook getoetst op de vraag of ze het halen van de waterdoelen verhindert.
Wat als de impactbeoordeling negatief uitvalt?
Bij achteruitgang wordt de vergunning in principe geweigerd. Staan vooral de waterdoelen onder druk, dan onderzoekt de VMM welke bijkomende maatregelen haalbaar zijn. Dat kan leiden tot strengere lozingsnormen dan de beste beschikbare technieken.
Kan ik de impact vooraf zelf inschatten?
Ja. De VMM stelt een Excel-rekentool, het uitgebreide stappenplan en gegevens over de waterlichamen ter beschikking. Zo zie je al vóór het vooroverleg waar je lozing knelt.
Je lozing vlot door de Wezer-toets?
EcoVise houdt je vergunningsdossier compleet en actueel, van de eerste inschatting tot het vooroverleg.
Neem contact op