Milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties
VLAREM III: wat het is en wat het voor je bedrijf betekent
Valt je installatie onder de Europese Richtlijn Industriële Emissies, dan volstaat VLAREM II niet. VLAREM III legt daar nog extra milieuvoorwaarden bovenop, rechtstreeks afgeleid van Europese BBT-conclusies. EcoVise legt uit voor wie VLAREM III geldt, hoe het werkt en wat er de komende jaren verandert.
Wat is VLAREM III?
VLAREM III is de korte naam voor titel III van het VLAREM van 16 mei 2014, voluit het besluit van de Vlaamse Regering houdende bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties. Het is een apart besluit naast VLAREM II, het besluit van 1 juni 1995. Samen vormen die twee besluiten het VLAREM, dat uitvoering geeft aan het Decreet algemene bepalingen milieubeleid (DABM) en het Omgevingsvergunningsdecreet.
Let op het woord bijkomend. VLAREM III vervangt VLAREM II niet. Een GPBV-installatie moet aan beide voldoen: eerst aan de algemene en sectorale voorwaarden van VLAREM II, daarbovenop aan die van VLAREM III. VLAREM III is het belangrijkste, maar niet het enige Vlaamse instrument voor de omzetting van de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE): ook het DABM, het Omgevingsvergunningsdecreet en VLAREM II bevatten bepalingen uit die richtlijn.
Voor wie
Wanneer valt je bedrijf onder VLAREM III?
GPBV staat voor Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging. Een GPBV-installatie is een vaste technische eenheid waarin een activiteit uit bijlage I van de RIE plaatsvindt, samen met de activiteiten op dezelfde locatie die daar technisch mee verbonden zijn en invloed kunnen hebben op emissies en verontreiniging.
Of dat voor jouw project geldt, lees je af in de indelingslijst (bijlage 1 bij VLAREM II). GPBV-activiteiten zijn daar aangeduid met een “X” in de vierde kolom. Het gaat onder meer om energieproductie, chemie, metaalproductie en -verwerking, minerale industrie, papier, afvalverwerking en intensieve veeteelt boven bepaalde drempels.
Belangrijk: niet elk klasse 1-bedrijf is een GPBV-bedrijf. De klasse bepaalt welke procedure je doorloopt, de X-markering bepaalt of VLAREM III van toepassing is. Een verkeerde inschatting hier werkt door in je hele dossier.
De kern
BBT-conclusies: de motor achter VLAREM III
Voor elke industriële sector stelt Europa een referentiedocument op over de beste beschikbare technieken (een BREF). Het bindende deel daarvan zijn de BBT-conclusies: welke technieken, welke emissieniveaus, hoe je meet. Onder de RIE vormen die conclusies de referentie voor de vergunningsvoorwaarden van GPBV-installaties.
Concreet betekent dat:
- Emissiegrenswaarden mogen niet boven de BBT-GEN liggen, de emissieniveaus die met de beste beschikbare technieken geassocieerd zijn.
- Je hebt vier jaar. Na publicatie van nieuwe BBT-conclusies moet een installatie binnen vier jaar voldoen. De Vlaamse overheid streeft ernaar de vergunningsvoorwaarden binnen twee jaar te evalueren, zodat je nog tijd hebt om aanpassingen door te voeren.
- De planning is publiek. In het meerjarenprogramma (MJP) voor de algemene evaluaties lees je welke installaties wanneer geëvalueerd worden.
- Doel boven middel. Legt een BBT-conclusie een prestatieniveau op, dan schrijft VLAREM III in principe geen techniek voor. Jij kiest hoe je het niveau haalt.
Afwijken van de emissiegrenswaarden
Een minder strenge emissiegrenswaarde aanvragen kan, maar onder strikte voorwaarden. Blijft de gevraagde waarde binnen de BBT-GEN-range, dan kan dat via de omgevingsvergunning (artikel 1.3). Valt ze erbuiten, dan is een ministerieel besluit nodig (artikel 1.4).
Wat verandert
De herziene RIE: wat komt eraan?
Europa heeft de Richtlijn Industriële Emissies in 2024 grondig herzien. Lidstaten moesten de nieuwe regels tegen 1 juli 2026 omzetten. In Vlaanderen bekrachtigde de Vlaamse Regering op 10 juli 2026 het omzettingsdecreet. Het bijhorende wijzigingsbesluit, dat VLAREM II en VLAREM III aanpast, werd twee keer principieel goedgekeurd en ligt nu voor advies bij de Raad van State. Decreet en besluit treden uiterlijk op 1 januari 2027 in werking. Bovendien werkt Europa aan een vereenvoudigingspakket, de milieu-omnibus, dat de MBS-deadline naar 2030 wil verschuiven en de externe audit en het transformatieplan wil schrappen. Onderstaande punten zijn dus gebaseerd op ontwerpteksten en kunnen nog wijzigen.
Verplicht milieubeheersysteem
Volgens het Vlaamse ontwerp moeten GPBV-bedrijven een milieubeheersysteem (MBS) invoeren, met minstens om de drie jaar een externe audit, en moet dat MBS er uiterlijk op 1 juli 2027 staan. Europa bespreekt intussen uitstel tot 1 juli 2030 en het schrappen van de externe audit. Ook andere klasse 1-bedrijven met een milieucoördinator krijgen een MBS-plicht (tegen 1 juli 2028), maar zonder externe audit. Werk je al volgens ISO 14001, dan heb je een voorsprong.
Inventaris van gevaarlijke stoffen
Volgens het ontwerp moet het MBS van een GPBV-installatie ook een inventaris bevatten van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn of uitgestoten worden, met een risicobeoordeling en een analyse van veiligere alternatieven. De Europese Commissie stelde voor die inventaris te schrappen; de Raad wil ze behouden, maar als aparte verplichting los van het MBS.
Transformatieplan
Volgens het ontwerp wordt voor GPBV-installaties met bepaalde activiteiten vanaf 2030 een transformatieplan verplicht: hoe je installatie tussen 2030 en 2050 evolueert naar een schone, circulaire en klimaatneutrale werking. Zowel de Europese Commissie als de Raad wil die verplichting in de milieu-omnibus schrappen.
Strenger vergunnen en handhaven
Vergunningen worden verleend aan de onderkant van de BBT-GEN-range, tenzij je aantoont dat dat niet haalbaar is. De Europese richtlijn verplicht lidstaten om voor de zwaarste inbreuken door een rechtspersoon boetes te voorzien waarvan het maximum minstens 3% van de jaaromzet in de EU bedraagt. Ook de rol van de milieucoördinator verandert: die krijgt minstens een ondersteunende rol bij het opstellen en opvolgen van het MBS. De formele erkenning uit het VLAREL wordt opgeheven, maar de functie en de voorwaarden (diploma, ervaring, aanvullende vorming en jaarlijkse bijscholing) blijven bestaan en verhuizen naar VLAREM II.
Alles over de Europese achtergrond en de Vlaamse omzetting lees je in onze uitleg over de Richtlijn Industriële Emissies.
Veelgestelde vragen
Wat is VLAREM III?
VLAREM III is titel III van het VLAREM van 16 mei 2014. Het bevat bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden die alleen gelden voor GPBV-installaties: industriële installaties met een mogelijk grote impact op het milieu. Het vormt de Vlaamse uitvoering van de Europese Richtlijn Industriële Emissies.
Wat is het verschil tussen VLAREM II en VLAREM III?
VLAREM II geldt voor alle ingedeelde inrichtingen en bevat ook de indelingslijst. VLAREM III geldt enkel voor GPBV-installaties en komt bovenop VLAREM II. Een GPBV-installatie moet dus aan beide voldoen.
Hoe weet ik of mijn installatie een GPBV-installatie is?
Kijk in de indelingslijst (bijlage 1 bij VLAREM II). Rubrieken met een X in de vierde kolom zijn GPBV-activiteiten. Bij twijfel: ook activiteiten die technisch verbonden zijn met een GPBV-activiteit op dezelfde locatie horen bij de GPBV-installatie.
Is elk klasse 1-bedrijf een GPBV-bedrijf?
Nee. De klasse bepaalt de procedure en de bevoegde overheid. Of VLAREM III van toepassing is, hangt af van de X-markering in de indelingslijst. Klasse en GPBV-status zijn twee aparte kolommen in de indelingslijst: lang niet elke klasse 1-inrichting is GPBV.
Wat zijn BBT-conclusies en BBT-GEN?
BBT-conclusies zijn het bindende deel van de Europese referentiedocumenten over beste beschikbare technieken. De BBT-GEN zijn de emissieniveaus die met die technieken geassocieerd zijn. De emissiegrenswaarden in je vergunning mogen die niveaus niet overschrijden.
Hoeveel tijd heb ik om aan nieuwe BBT-conclusies te voldoen?
Vier jaar na publicatie door de Europese Commissie. De Vlaamse overheid evalueert de vergunningen bij voorkeur binnen twee jaar, via het meerjarenprogramma voor de algemene evaluaties.
Kan ik afwijken van de emissiegrenswaarden in VLAREM III?
Ja, onder voorwaarden. Een waarde binnen de BBT-GEN-range kan in de omgevingsvergunning worden toegestaan (artikel 1.3). Voor een waarde buiten die range is een ministerieel besluit nodig (artikel 1.4).
Moet ik nu al een milieubeheersysteem hebben?
Nog niet verplicht, maar het komt eraan. Volgens de ontwerpteksten moeten GPBV-bedrijven tegen 1 juli 2027 een extern geaudit milieubeheersysteem hebben. Het wijzigingsbesluit is nog niet definitief en Europa bespreekt uitstel tot 1 juli 2030, dus de data kunnen verschuiven.
Grip op VLAREM III?
EcoVise koppelt je project automatisch aan de juiste milieuvoorwaarden en houdt je dossier compleet en actueel.
Neem contact op